Laboratoriumonderzoek

Publicatiedatum:
20 februari 2017

Oriënterend hemostase- en tromboseonderzoek kan in het Erasmus MC zonder overleg aangevraagd worden. Voor cito aanvragen, voor aanvragen buiten kantooruren en voor aanvragen van bijzondere bepalingen is overleg met de hematoloog noodzakelijk. Het aanvraagformulier biedt de mogelijkheid op de klinische vraagstelling afgestemde vaste combinaties van bepalingen (pakketten) aan te vragen. De benodigde hoeveelheid in te sturen bloed staat per pakket op het aanvraagformulier vermeld. Elk pakket bestaat uit een aantal oriënterende en een aantal aanvullende tests. Op aanvraag van een pakket wordt het oriënterend onderzoek verricht. Aanvullend onderzoek wordt uitsluitend in overleg met de hematoloog aangevraagd. De samenstelling van de verschillende pakketten is samengevat in tabel 3.1.

Naast de diagnostiek van afwijkingen worden APTT en PT (INR) metingen gebruikt voor het monitoren van antistollingstherapie. Nadere details zijn te vinden in het desbetreffende hoofdstuk. In tabel 3.2 worden enkele veelgebruikte stollingstesten toegelicht.

Tabel 3.1 Laboratorium onderzoek hemostase
  Hemorrhagische Diathese Verhoogde tromboseneiging Leverfunctietest Biopsie (1) Hartchirurgie Diffuse intravasale stolling (DIS, DIC)
Oriënterend onderzoek Bloedingstijd
Trombocyten
APTT
PT
Fibrinogeen
Screening trombocyten functie (PFA)
APTT
PT (INR)
Proteïne S, Proteïne C
Antitrombine
Lupus anticoagulans
Anti-cardiolipine antistoffen
β-2 glycoproteïne I antistoffen
FV LEIDEN mutatie
Protrombinegen variant
PT (INR)
Antitrombine
Trombocyten
APTT
PT
Trombocyten
APTT
PT
TT
Fibrinogeen
Trombocyten
APTT
PT
Fibrinogeen
D-dimeer
Antitrombine
Antiplasmine
Aanvullend onderzoek TT, Thrombinetijden
vWF:Ag/RCF/Cba
vWF multimeren
Trombocyten-
aggregaties, MDA,
F VIII, F IX, F XI,
F XII, F VII, F X,
F V, F II, F XIII
Antiplasmine
Remmer bepaling tegen stollingsfactor (Bethesda-assay)
Fibrinogeen
Trombinetijd
Reptilasetijd
Plasminogeen
APC resistentie
Bij levertransplantatie:
APTT
PT
Fibrinogeen
Factor V
Bloedingstijd
occlusietijd
(PFA)
Bloedingstijd
Antitrombine
Factor V
occlusietijd
(PFA)
Trombinetijd
Factor V
Plasminogeen
(1) De bloedingstijd heeft geen voorspellende waarde m.b.t. bloedingen bij ingrepen.
Tabel 3.2 Veel gebruikte stollingstesten en hun betekenis
Test Principe Diagnostische betekenis Opmerkingen Normaal waarden
Bloedingstijd Tijd dat een standaardwondje blijft bloeden Afwijkingen in trombocyten, vWF of vaatwand Test van de primaire hemostase
Klinische relevantie omstreden
1-4 minuten (vlgs. Ivy)
PFA
(platelet function analyser, occlusietijd)
Simulatie van adhesie/aggregatie van trombocyten in volbloed Afwijkingen in trombocyten of vWF Test voor de primaire hemostase
Lijkt klinisch relevant, met name als screeningstest of voor aantonen aspirine-gebruik
Collageen/ADP 62-120 sec.
Collageen/Epi 82-150 sec.
APTT
(activated partial thromboplastin time, geactiveerde partiële thromboplastinetijd)
Plasma stoltijd na contact activatie Deficiëntie intrinsieke stollingsfacoren, Heparine monitoren of remmer.
Lupus anticoagulans
Remmer tegen stollings-factor
Normalisatie na 1:1 verdunnen met normaal-plasma wijst op deficiëntie.
Normalisatie met hepzyme bewijst aanwezigheid Heparine
22-32 sec.
PT
(prothrombin time, prothrombinetijd)
Plasma stoltijd na weefselactivatie Deficiëntie extrinsieke stollingsfactoren.
Vit K tekort
Coumarine
Uitgedrukt in INR voor coumarine monitoring.
Waarde in INR of secondes.
10.9-13.3 sec.
INR < 1.5
Trombinetijd Plasma stoltijd door trombine Heparine effect of dysfibrinogenemie   5 E 22-26 sec.
10 E 13-15 sec.

 

Referentiewaarden Hemostase laboratorium

Bloedingstijd 1.00 – 4.00 min.sec
Trombocytenaantal 150 – 350 x109/L
MDA-arachidonzuur > 7.6 nmol/109trombocyten
MDA-NEM > 2.1 nmol/109trombocyten
     
HITT < 1.00  
     
PFA:      
Collageen / Epinefrine
leeftijd patiënt ≤ 10 jaar 82 – 170 sec
  > 10 jaar 82 – 150 sec
Collageen / ADP  
leeftijd patiënt ≤ 10 jaar 62 – 130 sec
  > 10 jaar 62 – 130 sec
       

Bepaling

0 t/m 6 maanden

7 t/m 12 maanden

1 t/m 5 jaar

6 t/m 10 jaar

11 jaar en ouder

APTT (sec)

21 – 33

24 – 33

24 – 30

25 – 32

22 – 32

PT (sec)

11.2 – 15.5

11.4 – 13.5

11.2 – 13.4

11.5 – 14.0

10.9 – 13.3

Fibrinogeen (g/L)

1.3 – 3.3

1.6 – 4.0

1.7 – 3.5

1.8 – 3.3

1.5 – 3.6

Trombinetijd 10E 13 – 15 sec
Trombinetijd 5E 22 – 26 sec
     

Bepaling

0 t/m 6 maanden

7 t/m 12 maanden

1 t/m 5 jaar

6 t/m 10 jaar

11 jaar en ouder

Antitrombine (U/mL)

0.81 – 1.26

0.90 – 1.32

0.93 – 1.28

0.92 – 1.22

0.80 – 1.20

Antiplasmine (U/mL)

1.03 – 1.39

1.00 – 1.51

1.07 – 1.45

1.03 – 1.40

0.80 – 1.20

D-dimeren (mg/L)

< 3.49

< 10.9

< 0.65

< 0.52

< 0.50

Reptilasetijd (sec)

19.7 – 25.0

19.1 – 24.0

18.8 – 22.7

19.1 – 21.5

16 – 22

Bepaling (U/mL)

0 t/m 6 maanden

7 t/m 12 maanden

1 t/m 5 jaar

6 t/m 10 jaar

11 jaar en ouder

Factor II

0.66 – 1.12

0.83 – 1.32

0.85 – 1.26

0.78 – 1.21

0.60 – 1.40

Factor V

0.82 – 1.45

0.97 – 1.48

0.85 – 1.53

0.80 – 1.23

0.50 – 1.50

Factor VII

0.54 – 1.26

0.74 – 1.31

0.81 – 1.17

0.79 – 1.19

0.60 – 1.40

Factor VIII

0.67 – 1.41

0.70 – 2.13

0.83 – 1.70

0.75 – 1.63

0.60 – 1.40

Factor IX

0.44 – 0.78

0.46 – 1.14

0.63 – 0.97

0.60 – 1.08

0.60 – 1.40

FX

0.66 – 1.32

0.74 – 1.24

0.84 – 1.29

0.74 – 1.20

0.60 – 1.40

FXI

0.57 – 1.05

0.64 – 1.29

0.74 – 1.34

0.78 – 1.22

0.60 – 1.40

FXII

0.28 – 1.16

0.31 – 1.26

0.36 – 1.22

0.37 – 1.23

0.60 – 1.40

Factor XIII 0.70 – 1.40 U/mL
     
vWF antigeen 0.60 – 1.40 U/mL
vWF activiteit 0.60 – 1.40 U/mL
vWF collageenbinding 0.60 – 1.40 U/mL
FVIII bindingsactiviteit aan vWF 0.80 – 1.20 %
     
ADAMTS-13 41 – 129 %
Stollingsfactor inhibitor test na 60 min. incubatie > 70% van het gehalte na 0 minuten incubatie.
Stollingsfactor inhibitor test vlgs Bethesda < 0.3 U
     
APTT-lupus Ratio ≤ 1.30  
dRVVT Ratio ≤ 1.65  
Anti-cardiolipine IgG < 20 U/mL
Anti-cardiolipine IgM < 20 U/mL
Anti-beta-2-glycoproteine Ib IgG < 60 U/mL
Anti-beta-2-glycoproteine Ib IgM < 20 U/mL
     

Bepaling (U/mL)

0 t/m 6 maanden

7 t/m 12 maanden

1 t/m 5 jaar

6 t/m 10 jaar

11 jaar en ouder

Proteïne C activiteit

0.43 – 1.02

0.59 – 1.03

0.71 – 1.25

0.75 – 1.20

0.70 – 1.40

Proteïne C antigeen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0.70 – 1.40

Proteïne S activiteit

0.59 – 0.99

0.59 – 1.10

0.60 – 1.15

0.63 – 1.16

0.70 – 1.40

Proteïne S vrij

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0.70 – 1.40

Proteïne S totaal

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0.70 – 1.40

Plasminogeen

0.56 – 1.02

0.66 – 1.15

0.84 – 1.30

0.75 – 1.26

0.85 – 1.20

APC-resistentie (ratio) > 0.80