Algemeen

Publicatiedatum:
29 augustus 2012

Erytrocyten

Erytrocyten worden gegeven ter bestrijding of voorkómen van symptomen van een tekort aan zuurstoftransportcapaciteit van het bloed. De waarde van het Hb waarbij transfusie noodzakelijk wordt geacht, is sterk afhankelijk van leeftijd en bijkomende ziekte en wordt uiteindelijk bepaald door de behandelend arts.

Het standaardproduct voor erytrocytentransfusie is: erytrocyten in SAGM (Saline Adenine Glucose Mannitol; bewaarvloeistof): erytrocyten waaruit via filtratie de meeste leukocyten en trombocyten zijn verwijderd. Het volume van een eenheid ligt meestal tussen de 270 en 290 ml.

Voordelen voor gefiltreerde bloedproducten zijn:

  1. Preventie van koortsreacties
  2. Preventie van HLA immunisatie
  3. Preventie van overdracht van CMV

Gewassen erytrocyten

Het doel van wassen is de verwijdering van plasma-eiwitten. Er bestaan nog zeer weinig indicaties voor gewassen producten. Er wordt 2 x gewassen t.b.v. patiënten met een ernstige allergische reactie tegen plasma-eiwitten. Bij patiënten met IgA-deficiëntie met anti-IgA antistoffen, die in het verleden een ernstige anafylactische reactie hebben getoond, kunnen door transfusie van kleine hoeveel­heden plasma levensgevaarlijke reacties optreden.

Bestraalde erytrocyten

Door middel van gammabestraling (25 Gy) worden de cellen in het bloed die tot deling in staat zijn (monocyten, lymfocyten) dermate beschadigd, dat deze zich niet meer kunnen vermenigvuldigen. De Mixed Lymphocyte Culture (MLC) respons verdwijnt dan ook. Hierdoor wordt voorkomen dat zich bij patiënten die ernstig immuun gecompromitteerd zijn, een z.g. Graft-versus-Host reactie (GVHD) voordoet. Bestraling geeft enige schade aan (in het bijzonder oudere) erytrocyten waardoor de houdbaarheid kan veranderen.

Tabel 4.1 Indicaties voor het gebruik van bestraalde bloedproducten
  1. intra-uteriene transfusies (en daarna tot 6 maanden na à terme datum)
  2. prematuren (< 1500 gram geboortegewicht) en/of zwangerschap <32 weken omdat deze een onrijp immuunsysteem bezitten (tot 6 maanden na à terme datum)
  3. kinderen met aangeboren gecombineerde immuun-deficiëntie (SCID)
  4. verworven immuundeficiëntie zoals bij:
    • allogene beenmergtransplantatie: vanaf start van de conditionering (bestraling en/of chemotherapie) tot 5 jaar na allogene stamceltransplantatie
    • Donor Lymfocyten Infusie (DLI) of infusie van Cytotoxische T-lymfocyten (CTL)
    • autologe beenmergtransplantatie: vanaf start van de conditionering (bestraling en/of chemotherapie) tot 1 jaar na autologe stamceltransplantatie
    • M. Hodgkin stadium III of IV
  5. transfusie tussen 1e tot en met 3e graads verwanten
  6. leukemiebehandelingen, waar dit in het protocol vereist wordt
  7. in geval een stamcelaferese wordt verricht
    • bij perifere bloed stamcel verzameling: vanaf de mobiliserende kuur tot na afname
    • bij geplande afname van autoloog bloed of beenmerg: vanaf 6 weken voor de afname tot na de afname
  8. HLA-compatibele trombocytenconcentraten.
  9. gebruik van purine/pyrimidine antagonisten (b.v. Fludarabine, Pentostatine, Cladribine) tot een jaar na staken van de therapie
  10. bij anti T-cel behandeling (ATG, anti-CD52 en andere T cel monoklonalen) bij aplastische anemie of leukemie: vanaf de instelling van de toediening tot een half jaar na het voltooien van de behandeling
  11. granulocyten-transfusies (HLA-gematched)

Trombocyten

Dit product wordt in de hematologie/oncologie vaak profylactisch gebruikt tijdens behandeling met cytostatica. Het product wordt profylactisch gegeven bij een trombocytengetal van kleiner dan 10 x 109/l (zie ook hoofdstuk 4.11 Trombocytentransfusie). Daarnaast wordt het therapeutisch toegepast bij bloedingen t.g.v. trombocytopenie of trombocytopathie en om het verdunningseffect van de trombocyten op te vangen bij massale bloedingen (zie hoofdstuk “Beleid bij grote bloedingen”). Trombocyten worden bij voorkeur ABO compatibel (trombocyten) toegediend en RhD compatibel indien het vrouwen betreft jonger dan 45 jaar. Mochten RhD compatibele trombocyten voor deze groep niet voorhanden zijn, dan dient profylactisch een ampul anti-D (375 IE) te worden toegediend, ter preventie van RhD immunisatie.

Voor patiënten met HLA-antistoffen en neonaten kunnen trombocyten van 1 donor, verkregen via aferese, worden geleverd (zg. aferese trombocyten) Voor patienten met IgA-deficiëntie en ernstige allergische reacties kunnen gewassen trombocyten in overleg met Sanquin Bloedvoorziening worden aangevraagd.

Bestraalde trombocyten

De indicaties voor bestraling van trombocyten zijn dezelfde als voor bestraling van erytrocyten (zie Tabel 4.1).

Plasma

Het gebruik van plasma is beperkt tot de volgende indicaties:

  • bloedingen (of te verwachten groot bloedverlies) in samenhang met gecombineerde stollingsfactor-deficiënties (PT en/of APTT >1,5 x normaalwaarde en/of fibrinogeen ≤1 gr/L) door:
    • verlies/verdunning met kristalloïden en/of colloïden tijdens massale transfusies
    • ernstige leverinsufficiëntie
  • bloedingen bij geïsoleerde deficiëntie van stollingsfactor V
  • trombotische trombocytopenische purpura
  • bloedingen bij acute diffuse intravasale stolling
  • teniet doen van het effect van fibrinolytica (recombinant weefselplasminogeen-activator, streptokinase en urokinase)
  • wisseltransfusie bij pasgeborenen
  • teniet doen van het effect van het effect op de stolling door L-asparaginasetherapie.

N.B.: Voor alle indicaties geldt, met uitzondering van TTP en wisseltransfusie, dat door middel van stollingsonderzoek de mate van deficiëntie moet worden aangetoond.

In Nederland worden twee soorten plasma geleverd, te weten:

  • Quarantaine plasma leukocyten gedepleteerd. Dit plasma wordt een half jaar in quarantaine gehouden tot de donor hertest is met behulp van de verplichte keuringstesten. Voor dit type plasma worden alleen mannelijke donoren gebruikt. Met deze maatregel wordt geprobeerd het optreden van het TRALI syndroom te verminderen.
  • Octaplas: dit is virusgeïnactiveerd plasma afkomstig van Nederlandse donoren. Dit plasma heeft tevens een prionfiltratie bewerking ondergaan. Dit type plasma is afkomstig van zowel mannelijke als vrouwelijke donoren.

Naar verwachting zal in 2013 in Nederland virusgeïnactiveerd plasma geïntroduceerd worden.

Parvoveilige bloedproducten

Het Parvovirus B19, kortweg B19, is een enkelstrengs DNA-virus.

Bij kinderen staat een acute B19-infectie bekend als de “vijfde ziekte” (erythema infectiosum). Sporadisch kan B19, vooral bij volwassen vrouwen, gewrichtsklachten veroorzaken die langere tijd kunnen aanhouden. De meeste infecties met B19 verlopen dus mild. Bij sommige groepen patiënten kan B19 echter voor serieuze gezondheidsproblemen zorgen. Bij een B19-infectie van zwangere vrouwen die zelf geen beschermende antistoffen hebben, kan virustransmissie naar de foetus optreden. Het risico dat hierdoor schade aan de foetus ontstaat, is het grootst tijdens het eerste en vooral het tweede trimester van de zwangerschap en leidt tot een toename van de prenatale sterfte van 10% en, in 3% van de gevallen, tot hydrops foetalis. Grofweg eenderde van de ongeborenen met hydrops foetalis geneest zonder interventie, eenderde overlijdt intra-uterien. In de resterende gevallen leidde interventie met intra-uteriene bloedtransfusie tot een overleving van meer dan 80% van de foetussen.

Een andere groep mensen bij wie B19 tot problemen kan leiden, zijn patiënten met hematologische afwijkingen zoals erfelijke sferocytose, thalassemie, sikkelcelanemie, erytrocytenafwijkingen als gevolg van enzymdeficiënties of auto-immuun hemolytische anemie. Bij patiënten met deze hematologische problematiek kan B19 een aplastische crisis tot gevolg hebben. Bij patiënten met een cellulaire immuun-deficiëntie, bijvoorbeeld door een infectie met HIV of ten gevolge van behandeling met immunosuppresiva na orgaantransplantatie, kan een infectie met B19 persisteren. Dit kan langdurige beenmergschade en aplasie veroorzaken, niet alleen van de rode bloedcellen, maar ook van andere celtypes.

Een bloedproduct krijgt pas het kenmerk “B19-veilig” als bij de donor in twee afzonderlijke bloedmonsters die minimaal 6 maanden uit elkaar liggen, IgG-antistoffen tegen B19 zijn aangetoond. IgG-antistoffen tegen B19 neutraliseren het virus en geven levenslange immuniteit. De kans op overdracht van B19 door bloedproducten van een donor met deze antistoffen is dan ook extreem klein.

Parvoveilig zijn de volgende producten beschikbaar: erytrocyten, trombocyten en plasma.

Tabel 4.2 Indicaties voor Parvo B19 veilige bloedproducten
  • ongeborenen bij intra-uteriene transfusies (IUT)
  • Prematuren (< 32 weken en/of <1500 gram) tot 6 maanden na à terme datum
  • Neonaten na IUT tot 6 maanden na a terme datum
  • zwangeren (behalve bij transfusie tijdens de bevalling) 
  • ontvangers van allogene stamcel-transplantatie 
  • patiënten met aangeboren dan wel verworven hemolytische anaemie, bij wie geen antistoffen tegen B19 aantoonbaar zijn 
  • patiënten met een cellulaire immuun-deficiëntie, bij wie geen antistoffen tegen B19 aantoonbaar zijn