Fysiologie van de bloedstolling

Publicatiedatum:
9 september 2011

In de fysiologie van de bloedstolling (hemostase) worden een aantal processen onderscheiden: de primaire hemostase, de secundaire hemostase en de fibrinolyse.

Bij de primaire hemostase (de bloedstelping) zijn met name de trombocyten en de van Willebrandfactor betrokken.Tegelijkertijd wordt na een weefselbeschadiging de secundaire hemostase in gang gezet door het vrijkomen van weefselfactor (tissue factor). De klassieke onderverdeling in intrinsieke en extrinsieke stollingscascade is inmiddels verlaten. De initiatie van de stolling via de intrinsieke weg via factor XII heeft geen fysiologische betekenis. Voor een schematische weergave van de huidige inzichten zie figuur 3.1.

Het proces van stollingsactivatie wordt versterkt door interactie met verschillende stollingsfactoren en leidt uiteindelijk tot de vorming van fibrine. Daarnaast is er een actief antistollingsmechanisme, dat voorkomt dat teveel stolling optreedt, zoals via antitrombine en het proteïne C systeem.Tot slot treedt fibrinolyse op; de afbraak van fibrinestolsels tot fibrine-afbraakprodukten.

Stoornissen in de primaire hemostase, secundaire hemostase en fibrinolyse kunnen leiden tot verstoringen in de hemostatische balans en tot bloedingen of trombose.

03-01_stollingsschema.gif

Figuur 3.1