Soorten transfusiereacties

Publicatiedatum:
29 augustus 2012

Temperatuurstijging/niet-hemolytische koortsreactie

Symptomen:

30-60 minuten na het begin van de transfusie temperatuursverhoging.

Oorzaak

Leukocytenantistoffen, cytokines.

Beleid/diagnostiek

Bij geringe temperatuurstijging (1-2°C) zonder relevante symptomen kan de transfusie onder strikte controle worden voortgezet.

Bij ernstige koortsreacties of koude rilling dient de transfusie onderbroken te worden.

Deze transfusiereactie is op zichzelf vrij onschuldig, maar omdat koorts (> 2ºC) ook kan berusten op een hemolytische transfusiereactie of infectie, moet de transfusie worden gestaakt en onderzoek worden ingezet. De transfusie kan onder strenge controle met een andere eenheid worden vervolgd indien hemolyse is uitgesloten en sepsis klinisch onwaarschijnlijk is. Eventueel paracetamol supp (1000 mg/6uur, maximaal 4 gram per 24 uur). Bij febriele reactie op trombocyten 1-uurs nawaarde bepalen i.v.m. eventuele immunologische refractairiteit (zie hoofdstuk trombocytentransfusie)

Acute hemolytische transfusiereacties

Symptomen

Hoge koorts al of niet met koude rilling en/of pijn op de borst, hypotensie, dyspnoe, misselijkheid, lendepijn en tachycardie.

Oorzaak

Antistoffen tegen erytrocytenantigenen.

Indeling

Algemeen

Alle reacties die binnen 24 uur na een transfusie zijn opgetreden en die worden veroorzaakt door hemolyse.

  • HTR met intravasale afbraak geeft symptomen binnen 30 minuten.
    In de meeste gevallen betreft het hier ABO-incompatibiliteit (b.v. door verwisseling van buizen met kruisbloed op afdeling of laboratorium, een verkeerd etiket op de bloedzak of verwisseling van de bloedzak op de afdeling).
  • HTR met extravasale afbraak. Vaak veroorzaakt door IgG-antistoffen.
    De symptomen treden vaak later op (na de bloedtransfusie; tijdens de volgende bloedtransfusie of zelfs na dagen (uitgestelde hemolytische transfusiereactie).

Behandeling

Als er sprake is van hemolytische transfusiereactie (plasma en/of urine rood), dan dient in de eerste plaats de hypotensie krachtig te worden bestreden en de nierdoorstroming te worden gewaarborgd. Vochttoediening dient er op gericht te zijn een urineproductie van minstens 100 ml/uur te verkrijgen (katheter!). Ter bevordering van de urineproductie wordt zo spoedig mogelijk 100 ml 20% mannitol in 5 minuten gegeven. Dit kan zo nodig worden herhaald, maar nooit meer dan 500 ml 20% mannitol. Ook worden goede resultaten verkregen met lisdiuretica zoals furosemide i.v. Strikte controle is nodig van urineproductie, pols, bloeddruk en temperatuur. Controleer op DIC en hyperpyrexie en behandel deze adequaat.

Vertraagde hemolytische transfusiereacties

Symptomen

  • Onverwachte Hb daling 7-15 dagen na transfusie.
  • Icterus/stijgende hemolyse parameters 7-10 dagen na transfusie.

Oorzaak

Boostering van specifieke erytrocyten antistoffen (IgG) die ten tijde van de transfusie door de screeningstechnieken niet werden gedetecteerd.

Diagnostiek

Hemolyse parameters:Hb, bilirubine, LDH, haptoglobine, reticulocyten, directe anti-globuline test (DAT), screening en identificatie irregulaire antistoffen. Bij postivieve DAT: eluaat.

Behandeling

Dit soort reacties kan in de meeste gevallen niet voorkomen worden. Het is van belang om bij bewezen antistoffen rekening te houden met het selecteren van compatibele eenheden.

Allergische reacties

Symptomen

  • Lichte allergische verschijnselen (jeuk, urticaria,).
  • Matig ernstige verschijnselen: glottisoedeem, bronchospasme
  • Anafylactische shock zoals bij patiënten met anti-IgA-antistoffen bij IgA-deficiëntie.

Oorzaak

Antistoffen tegen plasma-eiwitten.

Behandeling

  • Urticaria of jeuk: dit is in het algemeen geen reden om de bloedtransfusie te beëindigen. De symptomen kunnen bestreden worden m.b.v. antihistaminica. Bij zeer ernstige klachten, b.v. glottisoedeem, kan het erytrocytenconcentraat van te voren gewassen worden.
  • Anafylactische shock: staken bloedtransfusie en adequaat behandelen. Bloedtransfusie is alleen mogelijk m.b.v. erytrocytenconcentraat dat gewassen is ter verwijdering van plasma-eiwitten of trombocytenconcentraat gesuspendeerd in 100% trombocytenbewaarvloeistof.

Reacties door gecontamineerd bloed

Symptomen

Vergelijkbaar met andere oorzaken van sepsis, zoals:

  • koorts
  • koude rilling
  • shock, etc.

Oorzaak/diagnostiek

Groei van bacteriën in bewaard bloed (m.n. pseudomonas spp.).

Behandeling

Als bij gramnegatieve sepsis.

Transfusion Related Acute Lung Injury (TRALI)

Symptomen

Beeld onstaat binnen 6 uur na transfusie

  • koorts
  • hoesten
  • dyspnoe (ernstige hypoxie)
  • hypotensie
  • tachycardie, aritmie
  • bij beademde patiënten: vocht in de tube
  • CVD niet verhoogd
  • beeld op X-thorax: bilateraal longoedeem (ARDS), hartgrootte niet toegenomen.

Oorzaak

Immuun gemedieerd proces veroorzaakt door HLA en/of granulocyt specifieke antistoffen in donorbloedproduct.

Diagnostiek

Aantonen van antistoffen in gegeven bloedprodukt of patiëntserum gericht tegen leukocyten van de ontvanger respectievelijk donor bv. bij granulocytentransfusie of stamceltoediening. D4e TRALI diagnostiek wordt door de Sanquin bloedbank gecoördineerd en kan slechts na overleg met de hemovigilantieconsulent van het Erasmus MC worden ingezet.

Behandeling

  • respiratoire ondersteuning (O2, evt. mechanische ventilatie met PEEP)
  • géén diuretica eerder vullen met bv. albumine
  • alhoewel matig onderbouwd: corticosteroïden
  • shock bestrijding
  • TRALI is in 85% reversibel, klinische verbetering in het algemeen binnen 48-96 uur.

Graft versus Host disease door bloedtransfusie (TA-GvHD)

Symptomen (8-28 dagen na transfusie)

  • koorts
  • huidafwijkingen (maculopapulaire rash)
  • diarree
  • leverfunctiestoornissen
  • pancytopenie
  • opportunistische infecties.

Oorzaak

Na een bloedtransfusie overleven witte bloedcellen (T-lymfocyten) van de donor in de ontvanger van de transfusie en bewerkstelligen een immuunrespons tegen verschillende organen en weefsels. Het beloop is in het algemeen zeer ernstig (vrijwel altijd lethaal!). Patiënten met een immuundeficiëntie hebben het hoogste risico:

  • ernstig aangeboren immuundeficiëntie (b.v. SCID)
  • intra-uterien getransfundeerde neonaten, prematuren
  • patiënten die zeer intensieve immuunsuppressie ondergaan (bij beenmerg en perifeer bloed stamceltransplantatie, aplastische anemie na ATG-behandeling, M. Hodgkin, na behandeling met nieuwe purineantagonisten b.v. fludarabine).

Diagnostiek

Discrepantie tussen moleculaire HLA typering lymfocyten en vaste lichaamsmaterialen (b.v. nagels of haren). De diagnose kan ook worden gesteld door het aantonen van 2 verschillende DNA profielen met behulp van DNA fingerprinting in het bloed van de patiënt.

Preventie

Toedienen van bestraalde bloedproducten (25 Gy). Indicaties: zie tabel 4.1

Post transfusie purpura

Symptomen

Verhoogde bloedingsneiging a.g.v. diepe trombocytopenie 5-12 dagen na transfusie van erytrocyten of trombocyten. Treedt vrijwel uitsluitend op bij (oudere) vrouwen na voorafgaande zwangerschappen. Duur: enkele weken.

Oorzaak

Dit beeld is geassocieerd met de aanwezigheid van alloantistoffen gericht tegen het human platelet antigen (HPA) systeem welke aanwezig is op trombocyten van de donor. Ondanks het feit dat er sprake is van allo-antistoffen worden ook de eigen trombocyten versneld afgebroken wat kan leiden tot een diepe trombopenie.

Diagnostiek

  • aantonen van HPA-antistoffen
  • uitsluiten van medicament-(heparine) geïnduceerde trombopenie.

Behandeling/preventie

  • gammaglobuline 2gr/kg in 2-5 dagen toe te dienen
  • eventueel methylpredinisolon.

De PTP is self-limiting, bij toekomstige transfusies dienen zo mogelijk HPA-compatibele donoren geselecteerd te worden.

Transfusiehemosiderose

Oorzaak

Elke eenheid bloed bevat 200-250 mg ijzer, terwijl een mens als hij niet bloedt maar 1-2 mg ijzer per dag verliest. Door frequente transfusie kan dus ijzerstapeling ontstaan. Dit leidt uiteindelijk tot weefselschade (o.a. cardiomyopatie, diabetes mellitus, levercirrhose).

Preventie

  • beperken aantal transfusies
  • na ongeveer 20 transfusies de ijzervoorraad volgen
  • Overweeg ijzerchelatie vanaf een ferritine > 1000 mcg/L

Behandeling

Bijtijds ijzeronttrekkende behandeling geven. Chronische ontijzering met desferrioxamine s.c.
Een andere mogelijkheid is behandeling met deferasirox, geïndiceerd bij secundaire ijzerstapeling a.g.v. veelvuldige bloedtransfusies bij patiënten met β-thalassemie major en bij secundaire ijzerstapeling a.g.v. bloedtransfusies bij andere aandoeningen wanneer deferoxamine gecontraïndiceerd of ineffectief is. Startdosering: 20 mg/kg. Bijwerkingen: gastro-intestinale klachten, huidafwijkingen, nierfunctiestoornissen etc.

Bloedoverdraagbare virale en parasitaire infectieziekten

Bij een (vermoeden op) ziekteoverdracht (bv. hepatitis B/C, HIV etc.) via een bloedproduct, dient direct contact opgenomen te worden met de bloedtransfusiedienst. Deze zal met Sanquin Bloedvoorziening overleggen welk aanvullend onderzoek bij de desbetreffende donor(en) moet worden verricht om zekerheid te verkrijgen over een eventuele transfusiebesmetting. Door snel te handelen kunnen volgende besmettingen vaak worden voorkomen.