Compatibiliteitsonderzoek van Erytrocyten-concentraten

Publicatiedatum:
29 augustus 2012

Algemeen

Voorafgaand aan elke transfusie moet in een bloedbuis van de patiënt bepaald worden of er irregulaire antistoffen aanwezig zijn.

De geldigheid van deze uitslag is 72 uur als in de 3 maanden voorafgaand aan deze bloedafname sprake is geweest van bloedtransfusie of zwangerschap, en maximaal 3 maanden indien de anamnese “blanco”is. Bij het kiezen van de tijdstippen van bloedafname en transfusie moet hier rekening mee worden gehouden.

De ABO/Rhesus D bloedgroep van de patiënt moet voor transfusie uit tenminste 2 onafhankelijk (in tijd en/of persoon) van elkaar afgenomen bloedbuizen volledig bepaald zijn.

Op grond van de ABO/Rhesus D bloedgroep van de patiënt wordt een compatibele eenheid geselecteerd, die in geval van klinisch belangrijke irregulaire antistoffen ook negatief dient te zijn voor het antigenen waar de antistoffen tegen gericht is.

Binnen het Erasmus MC wordt de zogenaamde Type & Screen (T&S) strategie toegepast:

Voor deze toepassing geldt dat:

  • de ABO/Rhesus D bloedgroep van de ontvanger uit tenminste 2 onafhankelijk van elkaar afgenomen bloedbuizen volledig bepaald moet zijn
  • de antistofscreening geldig en negatief is
  • de ABO-compatibiliteit tussen donor en ontvanger uit een kort (72 uur) voor transfusie afgenomen bloedbuizen getest moet zijn door de ABO/Rhesus D bloedgroep van donor en ontvanger (opnieuw) te bepalen.

Bij specifieke patiënt categorieën mag de T&S strategie niet worden toegepast en dient een volledige kruisproef te worden uitgevoerd.

Gebruik van deze compatibiliteitstest is noodzakelijk als:

  • de ontvanger irregulaire antistoffen of auto-antistoffen heeft
  • de transfusie intra-uterien is of het neonaten tot en met 3 maanden betreft
  • de ontvanger de afgelopen 3 maanden een orgaan- of allogene stamceltransplantatie ondergaan heeft, maar mag ook verricht worden als er geen sprake is van genoemde punten.

Ook bij deze strategie moet de bloedgroep uit ten minste 2 onafhankelijk van elkaar afgenomen bloedmonsters bepaald zijn en de antistofscreening en evt. uittypering van irregulaire antistoffen geldig zijn. De geldigheidsduur van de kruisproef is gelijk aan die van de antistofscreening.